Het Nederlands Gedoogbeleid


Vanaf de jaren zeventig maakte het Nederlandse drugsbeleid onderscheid tussen soft- en harddrugs. Eerst ging alle aandacht uit naar bestrijding van handel in harddrugs. Bestrijding van softdrugs werd daardoor verwaarloosd. Zo ontstond het typisch Nederlandse fenomeen ‘gedoogbeleid’. Dit behelst dat softdruggebruik volgens de opiumwet wel verboden is, maar tegen overtreding niet wordt opgetreden.

HET COFFEESHOP BELEID: REGELS EN CONTROLE

In feite is het in Nederland wettelijk niet toegestaan om sofdrugs te produceren of te verhandelen. Het College van Procureurs-generaal heeft echter landelijke richtlijnen uitgevaardigd over de wijze waarop de wet dient te worden nageleefd. Plaatselijke officieren van justitie kunnen van deze richtlijnen afwijken maar meestal worden zij gevolgd. De richtlijnen stellen dat in de coffeeshops niet hoeft te worden opgetreden als coffeeshops zich aan bepaalde regels houden bij de verkoop van hasj of wiet. Zo ontstaat er een gecontroleerde omgeving waarin het gebruik en de verkoop plaatsvindt. Deze regels zijn de zogenaamde AHOJG-criteria:

A: Geen affichering (reclame). Dit betekent geen reclame voor cannabis anders dan een aanduiding op de gevel dat het hier een coffeeshop betreft.
H: Geen harddrugs. Er mogen in een coffeeshop geen harddrugs voor handen zijn en verkocht worden.
O: Geen overlast. Onder overlast wordt onder meer verstaan: geluidshinder, vervuiling of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten.
J: Geen verkoop aan jongeren onder de 18 en geen toegang aan jongeren onder de 18 tot een coffeeshop.
G: Geen verkoop van grote hoeveelheden per klant per transactie. Coffeeshops mogen niet meer dan 5 gram per persoon per dag verkopen.
I: Geen toegang voor en verkoop aan anderen dan Ingezetenen van Nederland.

MAXIMALE HANDELSVOORRAAD

Ook is bepaald dat coffeeshops geen grotere handelsvoorraad mogen hebben dan 500 gram. Het plaatselijke coffeeshopbeleid wordt vormgegeven in het zogenaamde driehoeksoverleg. Dit is een overleg van de burgemeester, de commissaris van politie en de officier van justitie. Dit overleg mag van de richtlijnen afwijken. Het driehoeksoverleg kan dus besluiten in zijn gemeente geen coffeeshops toe te laten of het aantal coffeeshops te beperken.

Handhaving van dit beleid geschiedt door verplichte controles door de politie (ongeveer zes keer per jaar ). Hierbij loopt de ondernemer het risico drie tot zes maanden of uiteindelijk voorgoed te moeten sluiten als hij zich niet aan de regels houdt.

GEDOOGBELEID BEZIT CANNABIS

Tegen een bezit van maximaal vijf gram wordt door justitie niet opgetreden. Dit wordt gezien als een voorraad die voor eigen gebruik dient. Bij hoeveelheden tussen de vijf en de dertig gram volgt bij ontdekking mogelijk een strafrechtelijke reactie. Opsporing hiervan heeft echter geen prioriteit.

GEDOOGBELEID TEELT CANNABIS

Bij teelt van minder dan vijf planten zonder technische hulpmiddelen (lampen etcetera) volgt een sepot met inlevering van de aanwezige materialen. Aanwezigheid van meer dan vijf planten wordt door justitie gezien als bedrijfsmatige teelt en heeft dan ook prioriteit bij de opsporing.

ROOKVERBOD

Sinds het rookverbod voor de horeca, van 1 juli 2008, is het roken van joints waarin tabak vermengd zit ook in coffeeshops verboden. Het roken van pijpen, waterpijpen, vaporizers en joints van pure wiet blijven toegestaan. Grotere coffeeshops hebben vaak een aparte rookruimte ingericht. Er zijn tabaksvervangende middelen op de markt waarmee de hennepproducten gemengd kunnen worden.

DAARNAAST BELANGRIJK OM TE WETEN!

  • In coffeeshops wordt geen alcohol geschonken.
  • In cafés en restaurants is het gebruik van cannabis niet toegestaan.
  • Roken van cannabis is in andere openbare gelegenheden is verboden.
  • Verkoop van hallucinerende paddenstoelen (paddo’s) in coffeeshops is verboden.
https://thegrasscompany.nl/wp-content/uploads/2017/07/IMG_1537954-e1500561040798.jpg